logopedie.netNL
Taal na hersenletsel

Afasie

Afasie is een taalstoornis die ontstaat door hersenletsel, meestal na een beroerte. Wie afasie heeft, kan moeite hebben met spreken, met het begrijpen van wat anderen zeggen, met lezen of met schrijven, en vaak met meer dan een daarvan tegelijk. Het denkvermogen zelf is niet aangetast: iemand weet wat hij bedoelt en krijgt het er niet uit.
Gegevens gecontroleerd op 5 september 2026
Redactioneel nagelezen. Er is nog geen vaste klinische beoordelaar.

Wat is afasie precies?

De richtlijn afasie, geschreven in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF) en de Nederlandse Vereniging van Afasietherapeuten, houdt het kort: afasie is een taalstoornis, veroorzaakt door hersenletsel, en afasie is geen intelligentiestoornis. Die tweede zin staat er niet voor niets. Wie iemand hoort worstelen met een simpele zin, gaat er makkelijk van uit dat er meer verloren is gegaan dan taal alleen. Dat is bijna nooit zo.

Taal is meer dan praten, en afasie raakt volgens dezelfde richtlijn vier onderdelen die los van elkaar aangetast kunnen zijn: spreken, lezen, taal begrijpen en schrijven. Iemand kan vloeiend blijven praten en toch nauwelijks nog begrijpen wat er gezegd wordt. Iemand anders begrijpt alles en krijgt er geen zin meer uit. Beide zijn afasie.

De ernst loopt ver uiteen. In de richtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen lichte, matig ernstige en ernstige afasie. Bij een lichte afasie kan het blijven bij haperende woordvinding, waarbij de naam van iets bekends niet meer komt. Bij een ernstige afasie lukt spreken en begrijpen bijna niet meer.

Hoe ontstaat afasie?

Afasie ontstaat door niet aangeboren hersenletsel: schade aan de hersenen die na de geboorte is ontstaan. De richtlijn afasie noemt een beroerte, een tumor en een ongeval als oorzaken. Stichting Afasie Nederland noemt dezelfde drie en voegt eraan toe dat de beschadiging meestal in de linker hersenhelft zit, waar bij de meeste mensen de taal georganiseerd is.

Verreweg de vaakst voorkomende oorzaak is een beroerte, dus een hersenbloeding of een herseninfarct. Daarom gaat de Nederlandse richtlijn ook alleen over volwassenen bij wie de afasie het gevolg is van een beroerte. Hoe de afasie uitpakt hangt af van de plaats en de grootte van het letsel, en volgens de richtlijn ook van het taalvermogen van voor de beroerte en van iemands persoonlijkheid.

Meer over het hele traject na een beroerte, van ziekenhuis tot praktijk, staat op logopedie voor volwassenen.

Hoe vaak komt afasie voor?

Ongeveer 30 procent van de mensen die een beroerte overleeft heeft afasie, en ongeveer de helft daarvan krijgt een jaar of langer logopedie. Beide cijfers komen uit de patiëntenversie van de richtlijn afasie (NVLF, geraadpleegd 5 september 2026). Stichting Afasie Nederland schat het totale aantal mensen met afasie in Nederland op ongeveer 30.000 (stichtingafasienederland.nl, geraadpleegd 5 september 2026).

Die aantallen zeggen iets over hoe gewoon afasie is en niets over hoe het voor u afloopt. Ze staan hier omdat mensen die net de diagnose hebben gehoord vaak denken dat ze de enige zijn.

Welke vormen van afasie zijn er?

Afasie wordt vaak ingedeeld naar het patroon dat iemand laat zien. De twee namen die het vaakst vallen zijn die van Broca en van Wernicke, en ze staan voor twee bijna tegenovergestelde beelden.

  • Afasie van Broca: het spreken gaat niet vloeiend, zinnen zijn kort en moeizaam, en korte eenvoudige zinnen van een ander worden meestal wel begrepen. Mensen zijn zich sterk bewust van wat er misgaat.
  • Afasie van Wernicke: het spreken gaat juist vloeiend en soms overvloedig, maar het begrijpen van taal is ernstig gestoord, en iemand heeft vaak zelf niet door dat de omgeving hem niet volgt.

Er zijn er meer, waaronder de globale afasie als zwaarste beeld en de amnestische afasie als lichtste. Het volledige overzicht, met wat elke vorm betekent voor het dagelijks gesprek, staat op vormen van afasie.

Afasie, dysartrie of spraakapraxie?

Deze drie worden voortdurend door elkaar gehaald, ook doordat ze na dezelfde beroerte samen kunnen optreden. Het verschil zit in wat er kapot is. Bij afasie is de taal geraakt. Bij dysartrie werken de spieren voor ademen, stem en uitspraak niet goed genoeg. Bij spraakapraxie werken de spieren wel, maar lukt het aansturen ervan niet.

Het praktische verschil tussen de eerste twee, met de vragen waarmee een logopedist ze uit elkaar houdt, staat uitgewerkt op afasie of dysartrie.

Wat doet een logopedist bij afasie?

Eerst uitzoeken wat er precies aan de hand is. De logopedist bepaalt de vorm en de ernst van de afasie, en kijkt daarnaast naar wat dat betekent voor het dagelijks doen en laten: kunt u nog telefoneren, kunt u nog boodschappen doen. De richtlijn beschrijft daarvoor vaste meetmomenten: vlak na het ontstaan een korte afasiescreening, meestal nog in het ziekenhuis, na ongeveer drie weken uitgebreider onderzoek waarop een behandelplan volgt, en na ongeveer drie maanden opnieuw testen om te zien of de behandeling het gewenste effect heeft gehad.

Bij ingewikkelde vragen kan een logopedist samenwerken met een afasieteam: een logopedist, een klinisch linguïst, een neuropsycholoog en een revalidatiearts samen. Nederland telt er dertien volgens de richtlijn. Zo'n team stelt een diagnose en geeft een therapieadvies, maar behandelt zelf niet.

De behandeling loopt langs twee sporen tegelijk: werken aan herstel van de taal, en tegelijk manieren vinden om nu al te communiceren, ook als de woorden er nog niet zijn. Naasten horen daar uitdrukkelijk bij, want een gesprek is iets tussen twee mensen. Wilt u weten wanneer u aan de bel trekt, lees dan wanneer naar de logopedist.

Een logopedist vinden na een beroerte

U mag in Nederland zelf een logopedist bellen, ook zonder verwijzing van de huisarts, al kunnen de polisvoorwaarden van uw verzekeraar er een eisen. Wat er vergoed wordt en hoe het eigen risico daarin meetelt staat op vergoeding van logopedie. Zoekt u iemand in de buurt, begin dan bij het overzicht van logopedisten. Vraag bij het bellen naar ervaring met afasie: niet elke praktijk behandelt volwassenen met hersenletsel.

Belangrijk om te weten

De informatie op deze site is algemeen en educatief. Zij vervangt geen onderzoek, diagnose of behandeling door een logopedist of arts. Maakt u zich zorgen over spraak, taal, stem, gehoor of slikken? Bespreek het dan met uw huisarts of een logopedist.

Veelgestelde vragen

Wat betekent afasie?

Afasie betekent letterlijk: zonder spraak. In de praktijk gaat het om meer dan spreken alleen. De richtlijn afasie van de NVLF omschrijft afasie als een taalstoornis die veroorzaakt wordt door hersenletsel, en noemt daarbij vier onderdelen die geraakt kunnen zijn: spreken, lezen, taal begrijpen en schrijven. Iemand kan op alle vier vastlopen, of op slechts een ervan. Het woord zegt niets over de ernst: dat loopt van moeite met woordvinding tot helemaal niet meer kunnen spreken en begrijpen. Wat afasie nadrukkelijk niet is: een intelligentiestoornis. De richtlijn zet dat er met zoveel woorden bij, omdat de omgeving die vergissing vaak maakt.

Is afasie hetzelfde als moeilijk uit je woorden komen na een beroerte?

Niet altijd, en het onderscheid bepaalt de behandeling. Bij afasie is de taal zelf geraakt: het woord is niet beschikbaar, of de zin komt niet rond, of wat de ander zegt komt niet binnen. Bij dysartrie werkt de taal gewoon, maar doen de spieren voor ademen, stemgeven en articuleren niet meer wat ze moeten doen, waardoor het spreken slap, geperst of onduidelijk klinkt. Bij spraakapraxie is er niets mis met de spieren en niets mis met de taal, maar lukt het aansturen van de beweging niet meer. Alle drie kunnen na dezelfde beroerte optreden, ook tegelijk. De logopedist zoekt met gericht onderzoek uit welke combinatie er speelt.

Gaat afasie over?

Dat verschilt sterk per persoon en het is niet eerlijk om er een algemene belofte over te doen. De richtlijn afasie beschrijft wel het ritme waarin ernaar gekeken wordt: kort na het ontstaan een eerste screening, na ongeveer drie weken uitgebreider onderzoek waarop het behandelplan gebaseerd wordt, en na ongeveer drie maanden opnieuw testen om te zien of de therapie het gewenste effect heeft. Hoe ernstig de afasie uitpakt hangt volgens dezelfde richtlijn af van de plaats en de grootte van het hersenletsel, van het taalvermogen van voor de beroerte en van iemands persoonlijkheid. Vraag uw eigen logopedist naar uw situatie; een pagina kan dat niet voor u inschatten.

Hoe praat ik met iemand met afasie?

Praat met de persoon, niet over de persoon, ook als het antwoord lang duurt. Geef tijd en onderbreek niet om het woord alvast in te vullen, tenzij daar samen een afspraak over gemaakt is. Houd zinnen kort en behandel een onderwerp tegelijk, maar blijf praten als volwassene tegen volwassene: langzamer en eenvoudiger is behulpzaam, kinderlijk is dat niet. Gebruik alles wat er verder is: schrijven, wijzen, tekenen, foto's op de telefoon, gebaren. Controleer af en toe of u elkaar goed begrepen heeft door samen te vatten. De logopedist betrekt naasten meestal bewust bij de behandeling, juist omdat communicatie iets is tussen twee mensen.

Bronnen: Richtlijn Diagnostiek en behandeling van afasie, patiëntenversie, geschreven in opdracht van de NVLF en de Nederlandse Vereniging van Afasietherapeuten en goedgekeurd door het NVLF-bestuur op 3 november 2015 (afasienet.com, geraadpleegd 5 september 2026): definitie van afasie, de vier taalonderdelen, oorzaken, de indeling in lichte, matig ernstige en ernstige afasie, de meetmomenten, de dertien afasieteams, en de cijfers dat ongeveer 30 procent van de mensen die een beroerte overleeft afasie heeft en dat ongeveer de helft daarvan een jaar of langer logopedie krijgt. Stichting Afasie Nederland (stichtingafasienederland.nl, geraadpleegd 5 september 2026): ongeveer 30.000 mensen met afasie in Nederland, en de linker hersenhelft als gebruikelijke plaats van de beschadiging. Deze pagina noemt geen kans op herstel in cijfers, omdat wij daarvoor geen bron hebben die zich laat vertalen naar een individuele situatie.