Afasie of dysartrie?
De drie naast elkaar
Ze worden voortdurend door elkaar gehaald, ook door mensen die er dagelijks mee te maken hebben, en dat komt doordat ze op hetzelfde lijken: iemand is moeilijk te volgen na een beroerte. Wat eronder zit verschilt volledig.
| Afasie | Dysartrie | Spraakapraxie | |
|---|---|---|---|
| Wat is geraakt | De taal | De spieren voor het spreken | Het aansturen van die spieren |
| Taal begrijpen | Kan aangetast zijn | Intact | Intact |
| Lezen en schrijven | Kunnen aangetast zijn | Intact | Intact |
| De fouten zijn | Fouten in woord en zin | Consistent | Inconsistent |
| Automatisch spreken | Wisselend | Even moeilijk als bewust spreken | Gaat beter dan bewust spreken |
Gaat het mis met het woord of met de klank?
Dit is de vraag die het snelst onderscheid maakt. Luister niet naar hoe moeilijk het gaat, maar naar wat er misgaat.
Klinkt de spraak slap, geperst, hees, traag of door de neus, terwijl de zinnen zelf kloppen? Dan wijst dat richting dysartrie. Het NVLF-rapport over dysartrie noemt precies zulke kenmerken: slappe spraak, hypernasaliteit, een zwakke of schorre stem, onnauwkeurig uitgesproken medeklinkers, eentonig spreken.
Ontbreken er juist woorden, klopt de zinsbouw niet, of komt er een woord uit dat er niet hoort of zelfs niet bestaat? Dan wijst dat richting afasie. Volgens de richtlijn afasie kunnen daarbij ook lezen, schrijven en het begrijpen van taal geraakt zijn, en dat is meteen de tweede test: bij dysartrie blijven die drie intact.
En waar zit spraakapraxie dan?
Daartussenin, en het is het lastigst te herkennen van de drie. De spieren werken, de taal werkt, maar het programmeren van de beweging loopt vast. Het NVLF-rapport omschrijft spraakapraxie als een motorische programmeerstoornis van het spreken door een hersenlaesie, met een stoornis in de positionering van de articulatiespieren bij de doelbewuste articulatie van klanken.
Er zijn twee verschijnselen die het verraden. Het eerste: de fouten zijn inconsistent. Waar dysartrie steeds op dezelfde plek struikelt, struikelt spraakapraxie de ene keer wel en de andere keer niet over hetzelfde woord. Het tweede is contra-intuïtief en daarom zo bruikbaar: automatisch spreken verloopt beter dan bewust spreken. Het rapport formuleert het scherp: hoe harder iemand zijn best doet een woord goed uit te spreken, hoe verder hij van zijn doel kan raken.
Uitgebreider staat dit op apraxie van de spraak.
Hoe een logopedist het uitzoekt
Niet op gehoor. Voor dysartrie noemt het NVLF-rapport het Nederlandstalig Dysartrie Onderzoek voor Volwassenen (NDO-V, Knuijt e.a., 2014), een in Nederland gestandaardiseerde en gevalideerde test die spontane spraak en het voorlezen van een standaardtekst analyseert, samen met stemkwaliteit, snelheid van herhaalde bewegingen, glijtonen, roepen en maximale aanhoudingsduur, opgenomen op video. Het rapport vermeldt uitdrukkelijk dat die test geschikt is voor de differentiaaldiagnose dysartrie tegenover afasie of spraakapraxie.
Voor spraakapraxie wordt volgens hetzelfde rapport de DIAS gebruikt, het Diagnostisch Instrument voor Apraxie van de Spraak (Feiken, 2012), dat uit vier taken bestaat: aansturing van de articulatiespieren, articulatie van klanken, diadochokinese en articulatie van woorden. Voor afasie beschrijft de richtlijn afasie vaste meetmomenten: een korte screening vlak na het ontstaan, uitgebreider onderzoek na ongeveer drie weken, en opnieuw testen na ongeveer drie maanden.
Waarom dit ertoe doet
Omdat de behandeling per stoornis anders is. Bij afasie wordt aan de taal gewerkt en tegelijk aan communiceren zonder taal. Bij dysartrie gaat het om verstaanbaarheid via adem, stem, houding en tempo, en om advies aan de omgeving. Bij spraakapraxie ligt het accent op het aansturen van de beweging, waarbij het gegeven dat automatisch spreken beter gaat juist gebruikt wordt.
En omdat ze samen voorkomen. Het NVLF-rapport stelt vast dat er bij zowel dysartrie als spraakapraxie vaak comorbiditeit is, en noemt afasie en dysfagie als stoornissen die er afhankelijk van de onderliggende aandoening bij kunnen komen. Een enkel etiket dekt het beeld dus zelden.
Lees verder op afasie of dysartrie, of bekijk het overzicht van logopedisten als u iemand zoekt met ervaring in neurologische communicatiestoornissen.
Belangrijk om te weten
De informatie op deze site is algemeen en educatief. Zij vervangt geen onderzoek, diagnose of behandeling door een logopedist of arts. Maakt u zich zorgen over spraak, taal, stem, gehoor of slikken? Bespreek het dan met uw huisarts of een logopedist.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen afasie en dysartrie?
Afasie is een taalstoornis, dysartrie een spraakstoornis. Bij afasie is de taal zelf geraakt door hersenletsel: het woord is niet beschikbaar, de zin komt niet rond, of wat een ander zegt komt niet binnen. De richtlijn afasie noemt vier onderdelen die aangetast kunnen zijn: spreken, lezen, taal begrijpen en schrijven. Bij dysartrie is de taal intact en werken de spieren niet goed genoeg die u nodig heeft om te ademen, stem te geven en klanken te vormen, doordat het zenuwstelsel beschadigd is. Iemand met dysartrie weet precies wat hij wil zeggen en krijgt het niet verstaanbaar naar buiten. Beide kunnen na dezelfde beroerte tegelijk optreden.
Hoe hoor ik zelf welke van de twee het is?
Met twee luistervragen komt u ver, al blijft de diagnose werk voor een logopedist. Eerste vraag: gaat het mis met de klank of met het woord? Klinkt het slap, geperst, traag of door de neus terwijl de zinnen wel kloppen, dan wijst dat richting dysartrie. Ontbreken juist woorden, klopt de zinsbouw niet of komt er een verkeerd woord uit, dan wijst dat richting afasie. Tweede vraag: begrijpt iemand wat u zegt, en kan hij lezen en schrijven? Bij dysartrie blijft dat intact, bij afasie kan het aangetast zijn. Schrijven is daarom een verrassend bruikbare test aan de keukentafel.
Waarom maakt het uit welke van de drie het is?
Omdat de behandeling per stoornis anders is opgezet. Bij afasie wordt gewerkt aan de taal en tegelijk aan manieren om zonder taal toch te communiceren. Bij dysartrie wordt gewerkt aan verstaanbaarheid via adem, stem, houding en tempo, plus advies aan de omgeving. Bij spraakapraxie ligt de nadruk op het aansturen van de beweging, waarbij automatisch spreken juist beter gaat dan bewust spreken. Een aanpak die bij de verkeerde stoornis hoort kost tijd die na een beroerte kostbaar is. Daarom onderzoekt de logopedist dit gericht, en niet op gehoor alleen.
Kun je ze alle drie tegelijk hebben?
Ja, en dat is eerder regel dan uitzondering. Het NVLF-rapport over dysartrie en spraakapraxie stelt vast dat er bij beide stoornissen vaak sprake is van comorbiditeit, en noemt afasie en dysfagie als aandoeningen die er afhankelijk van de onderliggende oorzaak bij kunnen komen. Dat is logisch: een beroerte houdt zich niet aan de grenzen tussen taalgebieden en motorische banen. Voor u betekent het dat een enkel etiket het beeld zelden dekt, en dat het onderzoek van de logopedist erop gericht is uit te zoeken welke combinatie er speelt en welk deel de communicatie het meest in de weg zit.