Dysartrie
Wat er precies misgaat bij dysartrie
Spreken is een motorische prestatie waar veel spieren aan meedoen. Het NVLF-onderzoeksrapport over dysartrie noemt vijf onderdelen die verstoord kunnen raken: ademhaling, fonatie (stemgeving), resonantie, articulatie en prosodie (het ritme en de melodie van het spreken). Bij dysartrie is een of meer daarvan aangedaan.
Afhankelijk van de soort dysartrie noemt hetzelfde rapport kenmerken als slappe spraak, een neusklank, een zwakke, hese of schorre stem, onnauwkeurig uitgesproken medeklinkers, eentonig spreken, langzame intonatie of juist korte snelle spreekgedeelten. Een belangrijk detail voor de diagnose: de fouten die gemaakt worden zijn consistent. Wat vandaag moeilijk uitspreekt, spreekt morgen ook moeilijk uit.
De taal blijft intact. Iemand met dysartrie zoekt niet naar het woord en begrijpt gewoon wat u zegt. Dat onderscheid met afasie is het belangrijkste dat er over dysartrie te zeggen valt, ook omdat de omgeving beide met elkaar verwart.
Waardoor ontstaat het?
Door schade aan het zenuwstelsel. De NVLF noemt op haar publiekspagina over dysartrie een beroerte, een hersentumor, een ongeval, spierziekten zoals ALS en neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson.
Het beloop verschilt sterk, en dat bepaalt de aanpak. Het NVLF-rapport onderscheidt dysartrie die plotseling ontstaat, bijvoorbeeld na een beroerte, een trauma of een plotselinge ernstige hersenvliesontsteking, van dysartrie die geleidelijk ontstaat bij een tumor, een zeldzame neuromusculaire aandoening of een degeneratief proces zoals dementie of de ziekte van Parkinson. Bij een onderliggende progressieve aandoening worden zowel de aandoening als de dysartrie in de loop van de tijd ernstiger.
Hoe vaak komt dysartrie voor?
In de algemene volwassen bevolking is dat niet bekend. Het NVLF-rapport zegt dat met zoveel woorden, en legt uit waarom: omdat de oorzaak van dysartrie neurologisch of neuromusculair van aard is, is het prevalentieonderzoek vrijwel altijd binnen specifieke patiëntgroepen gedaan. Ook incidentiecijfers ontbreken: het rapport vond daarover geen publicaties, niet voor de algemene bevolking en niet voor specifieke patiëntgroepen.
Binnen die patiëntgroepen zijn er wel schattingen. De cijfers hieronder komen alle uit datzelfde rapport en gelden dus per groep, niet voor u persoonlijk.
| Groep | Geschatte prevalentie |
|---|---|
| Na een beroerte, acute fase | Ongeveer 35 van de 100 mensen |
| Na een beroerte, chronische fase | Ongeveer 15 van de 100 mensen |
| Ziekte van Parkinson | Waarschijnlijk rond de 70 van de 100 |
| Vasculaire dementie | Naar schatting 43 van de 100 |
| Multiple sclerose | Naar schatting 51 van de 100 |
| ALS | Zeer voorzichtig geschat 80 tot 93 van de 100 |
Bron: NVLF, “Prevalentie en incidentie van dysartrie en spraakapraxie bij volwassenen”, Sluijmers e.a. (2016). De schattingen voor beroerte betreffen dysartrie en spraakapraxie samen. Het rapport noemt de schattingen voor neuromusculaire aandoeningen uitdrukkelijk voorzichtig.
Hoe stelt een logopedist dysartrie vast?
Met gericht onderzoek, niet met een indruk. Het NVLF-rapport noemt het Nederlandstalig Dysartrie Onderzoek voor Volwassenen (NDO-V, Knuijt e.a., 2014) als in Nederland gestandaardiseerde en gevalideerde test. Daarbij worden spontane spraak en het voorlezen van een standaardtekst geanalyseerd, samen met stemkwaliteit, snelheid van herhaalde bewegingen, glijtonen, roepen en maximale aanhoudingsduur. De opname gebeurt op video.
Uit dat onderzoek volgen het type dysartrie en de ernst ervan. Het rapport vermeldt dat de test uitdrukkelijk geschikt is voor de differentiaaldiagnose dysartrie tegenover afasie of spraakapraxie, wat precies de verwarring is die in de eerste weken na een beroerte speelt.
Wat doet een logopedist eraan?
De NVLF beschrijft dat de logopedist beoordeelt hoe de spieren in het gezicht werken en hoe de stem op dit moment klinkt, oefeningen geeft voor stemgebruik en ademhaling, en adviseert over een goede houding bij eten, drinken en praten. Ook de mensen om iemand heen krijgen advies, want verstaanbaarheid ontstaat tussen twee mensen en niet alleen bij de spreker.
Levert spreken onvoldoende op, dan wordt gezocht naar andere manieren van communiceren: een gebarensysteem, apps of spraakhulpmiddelen. Bij een progressieve aandoening is het verstandig daar op tijd over te beginnen, dus voordat het echt nodig is.
Het rapport wijst er tot slot op dat dysartrie zelden alleen komt: afhankelijk van de onderliggende aandoening kunnen er tegelijk afasie, slikproblemen of andere stoornissen spelen die het dagelijks functioneren raken. Meer over het hele traject staat op logopedie voor volwassenen, en een praktijk in de buurt vindt u via het overzicht van logopedisten.
Belangrijk om te weten
De informatie op deze site is algemeen en educatief. Zij vervangt geen onderzoek, diagnose of behandeling door een logopedist of arts. Maakt u zich zorgen over spraak, taal, stem, gehoor of slikken? Bespreek het dan met uw huisarts of een logopedist.
Veelgestelde vragen
Wat is dysartrie?
Dysartrie is een spraakstoornis die veroorzaakt wordt door een beschadiging van het zenuwstelsel, waardoor de spieren die bij het spreken betrokken zijn niet goed genoeg werken. Dat is de omschrijving die de NVLF hanteert. Het gaat om meer dan alleen de tong en de lippen: ook ademhaling, stemgeving, resonantie en de melodie van het spreken kunnen aangedaan zijn, los van elkaar of tegelijk. De taal zelf is bij dysartrie niet aangetast. Iemand weet de woorden en kent de zinsbouw, maar krijgt ze niet verstaanbaar naar buiten. Daarin verschilt dysartrie wezenlijk van afasie.
Waardoor ontstaat dysartrie?
Door schade aan het zenuwstelsel. De NVLF noemt een beroerte, een hersentumor, een ongeval, spierziekten zoals ALS en neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson. Het NVLF-onderzoeksrapport over dysartrie voegt daaraan toe dat dysartrie plotseling kan ontstaan, bijvoorbeeld na een beroerte of een ernstige hersenvliesontsteking, maar ook geleidelijk, bij een tumor of een degeneratief proces zoals dementie of Parkinson. Bij een onderliggende progressieve aandoening worden volgens dat rapport zowel de aandoening zelf als de dysartrie in de loop van de tijd ernstiger. Dat verschil in beloop bepaalt mede waar de behandeling zich op richt.
Welke soorten dysartrie zijn er?
Het NVLF-rapport noemt de indeling in slappe, spastische, atactische, hypokinetische, hyperkinetische en gemengde dysartrie, waarbij de hyperkinetische vorm nog onderverdeeld wordt in snel, langzaam en tremoren. Welke vorm iemand heeft hangt samen met de onderliggende oorzaak en met de plek in het centrale zenuwstelsel die is aangedaan. De NVLF vermeldt op haar publiekspagina vijf soorten en tekent daarbij aan dat die elkaar in de praktijk vaak overlappen. Voor u als patiënt is de vormnaam minder belangrijk dan de vraag welke onderdelen van het spreken geraakt zijn, want daarop wordt de behandeling gebouwd.
Kan een logopedist iets doen aan dysartrie?
Ja, en de inzet is verstaanbaarheid, niet perfecte uitspraak. De NVLF beschrijft dat de logopedist beoordeelt hoe de spieren in het gezicht werken en hoe de stem klinkt, oefeningen geeft voor stemgebruik en ademhaling, adviseert over een goede houding bij eten, drinken en praten, en de omgeving betrekt bij de communicatie. Als spreken onvoldoende oplevert, wordt gezocht naar alternatieve manieren van communiceren, met gebaren, apps of spraakhulpmiddelen. Bij een progressieve aandoening verschuift het accent gaandeweg van oefenen naar het op tijd regelen van die alternatieven, zodat iemand niet zonder communicatie komt te zitten.