TOS: taalontwikkelingsstoornis
Wat TOS precies is
De NSDSK houdt de omschrijving kort: bij een taalontwikkelingsstoornis verloopt het leren van taal niet vanzelf, en de oorzaak is onduidelijk. Kentalis legt de nadruk op wat eronder zit: bij TOS verwerken de hersenen taal minder goed.
In het dagelijks leven ziet u dat terug in praten, in begrijpen, of in beide. De NSDSK noemt naast meer moeite met praten en met het begrijpen van taal ook problemen met verstaanbaar spreken en een fonologische stoornis, en het gevolg dat kinderen vaak vastlopen in het contact met anderen. Dat laatste is vaak wat ouders het eerst opvalt: niet de taal zelf, maar het kind dat afhaakt in een groepje of boos wordt omdat niemand snapt wat het bedoelt.
TOS is een Nederlandse diagnostische term. In internationale literatuur heet dezelfde stoornis Developmental Language Disorder, afgekort DLD. Komt u die afkorting tegen, dan gaat het over hetzelfde.
TOS of een taalachterstand?
Dit is de vraag waar bijna elke ouder mee begint, en het onderscheid is werkelijk belangrijk omdat het bepaalt wat er moet gebeuren.
Een taalachterstand kan een aanwijsbare reden hebben. Een veelgenoemde is een blootstellingsachterstand: een kind heeft eenvoudigweg nog te weinig taalaanbod gehad. Veel late praters halen hun leeftijdgenoten vanzelf weer in. Bij TOS is er geen aanwijsbare oorzaak zoals gehoorproblemen of een probleem in de algemene ontwikkeling, en de achterstand is hardnekkig: die gaat niet vanzelf over.
Het eerlijke antwoord is dat u dit thuis niet kunt uitmaken. Een logopedist onderzoekt het gericht, en laat het gehoor altijd meenemen. Twijfelt u, maak dan een afspraak in plaats van nog een half jaar af te wachten: onderzoek kost een uur, afwachten kost een jaar. Zie ook wanneer naar de logopedist.
Hoe vaak komt TOS voor?
Ellen Gerrits, hoogleraar logopediewetenschap aan de Universiteit Utrecht, stelt dat 7 procent van de kinderen van 5 jaar TOS heeft. Dat komt neer op ongeveer twee kinderen per schoolklas.
Wij nemen dat cijfer over met de bron erbij en niet als vaststaand feit: in de publicatie van de Universiteit Utrecht waarin het staat, wordt het door haar genoemd zonder verwijzing naar een specifieke studie. Kentalis, dat kinderen met TOS behandelt, zegt op zijn eigen pagina alleen dat TOS veel voorkomt en noemt daar geen percentage bij. Voor uw eigen kind zegt zo'n cijfer overigens niets, behalve dit: uw kind is niet het enige.
TOS en meertaligheid
Meertalig opgroeien veroorzaakt geen TOS. Dat is het hardnekkigste misverstand rond dit onderwerp, en het leidt ertoe dat ouders het advies krijgen thuis maar Nederlands te gaan praten, wat zelden verstandig is.
Wat wel klopt: een meertalig kind kan TOS hebben, net als een eentalig kind. Om dat vast te stellen moet naar alle talen van het kind gekeken worden. Loopt alleen het Nederlands achter, dan gaat het eerder om hoeveel Nederlands het kind gehoord heeft. Loopt ook de moedertaal achter, dan kan er sprake zijn van TOS. Daarvoor is volgens de NSDSK een moedertaalonderzoek nodig, dus onderzoek in de taal die het kind thuis spreekt.
Blijf thuis de taal spreken die u zelf het rijkst en het gemakkelijkst spreekt. Een ouder die in een taal praat waarin hij zich onzeker voelt, biedt minder taal aan en niet meer.
Wat doet een logopedist bij TOS?
Eerst onderzoeken wat er precies moeilijk gaat: begrijpen, praten, verstaanbaarheid, of een combinatie daarvan. Het gehoor hoort daar altijd bij, want slechthorendheid geeft een vergelijkbaar beeld en vraagt iets heel anders.
Daarna volgt behandeling die aansluit bij wat uw kind nodig heeft, en die vaak net zo goed op u gericht is als op uw kind: hoe u taal aanbiedt, hoe u ruimte laat om te antwoorden, hoe u herhaalt zonder te verbeteren. Bij een ernstige TOS kan gespecialiseerde zorg of onderwijs aan de orde zijn, bijvoorbeeld via organisaties als Kentalis of Auris; uw logopedist bespreekt dat met u als het speelt.
U mag in Nederland zelf een logopedist bellen. Meer over logopedie bij kinderen staat op logopedie bij kinderen, wat er vergoed wordt op vergoeding van logopedie, en een praktijk in de buurt vindt u via het overzicht van logopedisten. Is er een wachtlijst, lees dan wat u kunt doen terwijl u wacht.
Belangrijk om te weten
De informatie op deze site is algemeen en educatief. Zij vervangt geen onderzoek, diagnose of behandeling door een logopedist of arts. Maakt u zich zorgen over spraak, taal, stem, gehoor of slikken? Bespreek het dan met uw huisarts of een logopedist.
Veelgestelde vragen
Wat is TOS?
TOS staat voor taalontwikkelingsstoornis. De NSDSK omschrijft het zo: bij een taalontwikkelingsstoornis verloopt het leren van taal niet vanzelf, en is de oorzaak onduidelijk. Kentalis legt dezelfde nadruk anders: bij TOS verwerken de hersenen taal minder goed. Kinderen met TOS hebben volgens de NSDSK meer moeite met praten en soms ook met het begrijpen van taal dan hun leeftijdgenootjes, en lopen daardoor vaak vast in het contact met anderen. Het gaat dus niet om een kind dat te weinig geoefend heeft of te weinig taal gehoord heeft, maar om taal die moeilijker binnenkomt en moeilijker naar buiten komt.
Wat is het verschil tussen TOS en een taalachterstand?
Een taalachterstand betekent dat een kind achterloopt op leeftijdgenoten, en daar kan een aanwijsbare reden voor zijn. Een veelvoorkomende is dat een kind eenvoudigweg nog te weinig taalaanbod heeft gehad. Veel late praters halen die achterstand vanzelf weer in. Bij TOS ligt dat anders: er is geen aanwijsbare oorzaak zoals gehoorproblemen of een probleem in de algemene ontwikkeling, en de achterstand is hardnekkig en gaat niet vanzelf over. Dat onderscheid is niet aan de keukentafel te maken, en het is precies de vraag waarvoor u naar een logopedist gaat. Wachten en kijken kost tijd die beter aan onderzoek besteed wordt.
Komt TOS door meertaligheid?
Nee. Meertalig opgroeien veroorzaakt geen TOS. Een kind dat met meerdere talen opgroeit kan wel TOS hebben, precies zoals een kind dat met een taal opgroeit dat kan hebben. Het verschil zit in hoe u het vaststelt: bij een meertalig kind moet gekeken worden naar alle talen die het kind spreekt, en niet alleen naar het Nederlands. Loopt alleen het Nederlands achter, dan is dat eerder een kwestie van hoeveel Nederlands het kind gehoord heeft. Loopt ook de moedertaal achter, dan kan er sprake zijn van TOS. Daarvoor is volgens de NSDSK een moedertaalonderzoek nodig.
Wat kan ik thuis doen als mijn kind TOS heeft?
Praat veel en praat gewoon, in de taal die u zelf het best spreekt. Sluit aan bij waar de aandacht van uw kind al is en benoem wat het ziet en doet, in plaats van te vragen om iets na te zeggen. Geef tijd om te antwoorden, en herhaal wat uw kind bedoelde in een goede zin zonder het te verbeteren of het te laten overdoen. Voorlezen, samen kijken en dezelfde boekjes opnieuw lezen helpen, omdat herhaling taal laat beklijven. Dit zijn stimulerende activiteiten en geen therapie: uw logopedist stemt de aanpak af op wat uw kind nodig heeft en leert u concreet wat in uw situatie werkt.